Foto:
De IJsselsteinse Column

Tóch weer crisis

Begin vorige week; een gedenkwaardige ochtend. Buiten adem en bezweet stormde ik het redactielokaal binnen. Na dat alarmerende telefoontje was ik onmiddellijk in mijn auto gesprongen en had alle verkeersregels genegeerd om niet te laat te komen. Iedereen was er al, maar ik was gelukkig nog op tijd. De politieke redactie van de IJsselsteinse editie van Zenderstreeknieuws was op volle oorlogssterkte. De spanning was om te snijden en van ieders gezicht af te lezen. Er werd nauwelijks gesproken, en alleen op gedempte toon. Overal strakke, bleke gezichten en ernstige blikken. Door sommigen werd ondanks het rookverbod met trillende handen een sigaret opgestoken.

Er is een hele fractie opgestapt; één raadslid...

Ook door onze redacteur, die het woord nam en dampend als een stoomlocomotief driftig heen en weer ging ijsberen. “Mensen, het is menens!”, zei hij op een toon die geen enkele twijfel liet bestaan over de bittere ernst van de situatie. “Er is een voltallige raadsfractie opgestapt. Daar moeten we bóvenop zitten! We gaan in shifts werken. Ik wil round-the-clock coverage! Als er een persconferentie komt zitten jullie vooraan. Begrepen?”

Ik schrok. Een héle fractie opgestapt! Als het college dát maar overleeft... “Ik wil álle feiten op tafel”, vervolgde onze baas met een strenge blik in mijn richting. “En geen quasi-lollige columns! Ik wil achtergronden; corona, racisme, milieu, de héle zooi! En ik wil namen en rugnummers!” Op dat moment klonk de zachte stem van onze stagiaire: “Ik hoor net dat er maar één raadslid is opgestapt. Meneer Willems van de Lijst Willems. Een eenmansfractie. Het ging vooral om de hondenbelasting.” Er viel een oorverdovende stilte, die alleen even werd doorbroken door de stem van onze stagiaire, die zachtjes voorstelde: “Zal ik dan voor deze keer maar koffie gaan halen?”

de ijsselsteinse column | Rinus Verweij

Meer berichten