Foto:

Ik beken

Wij van KNIJ zijn niet zonder zonden. De eerste keer dat mijn vermeende zonden me al op voorhand werden vergeven, was toen ik vijf jaar was. In een lange stoet klasgenootjes schuiven we een voor een de pikdonkere biechtstoel in. 

Op de vraag van de pastoor wat ik op mijn geweten heb, blijft het oorverdovend stil. De pastoor - ervaringsdeskundig - somt mijn misstappen op. Pas vanaf dat moment weet ik dat ik koekjes kan pikken. Toch word ik de biechtstoel uit gesommeerd met de opdracht tien weesgegroetjes te bidden.

Het Chinees op de pakjes verdiept mijn schaamrood

Afgelopen week. Ik bestel kleding via internet. Ik wéét dat ik voor honderd euro vreselijk de fout in ga. Maar de verleiding is te groot, de kleding te leuk, de prijsjes te klein en fairtrade de vraag. De gedachte aan kinderhandjes die de kleding - en lange dagen - maken, vergoelijk ik door te denken dat ze in coronatijden hun werk behouden door mijn bestelling. In drie leveringen wordt mijn bestelling bezorgd. Chinese tekens op de verpakking verdiepen de kleur van mijn schaamrood. Drie vliegtuigen hebben mijn kleding vervoerd! Hóéveel CO2-uitstoot is dát wel niet?! Ik mis de biechtstoel die me een schone ziel kan bezorgen. Mijn boetedoening is terecht: de kleding is te wijd en te kort. Schuldbewust bedenk ik dat terugsturen geen optie is: weer een vliegtuig naar China. Een paar dagen later vraagt iemand me mee te doen met de KettingKledingRuil-actie. In eerste instantie denk ik: ‘Nee!’ Ik ben een viesneus en vind het dragen van andermans kleding, hoe goed gewassen ook, geen aangename gedachte. Dan denk ik terug aan mijn onbezonnen bestelling uit Verweggistan en verplicht ik mezelf tot meedoen. Een schoner geweten draagt vast bij aan een schonere aarde.


Marie-José de Zeeuw
KlimaatneutraalIJsselstein.nl


de duurzaamste column

Meer berichten