Logo zenderstreeknieuws.nl


De IJsselsteinse Column

Gekoer

Onlangs had ik weer eens onenigheid. Nu voor de verandering eens niet over politiek, maar over een heel ander IJsselsteins onheil: duiven!

Zij vindt duiven leuk, ik niet. Ik word namelijk vaak gewekt door het naargeestige eentonige gekoer van die beesten, zo ook een week geleden. En juist op dat moment klonk de vertederde stem van mijn vriendin naast me: "Schattig hè, dat is zijn lokroep. Hij wil met een vrouwtje paren." Nu moet u weten dat ik soms een ochtendhumeur heb. "Daar moet je nou echt een vrouwtjesduif voor zijn, om opgewonden te worden van dat stomme roekoeoe-roekoeoe", bromde ik.

En toen had ik het meteen gedaan natuurlijk. Mijn vriendin sprong als door een wesp gestoken uit bed om de Volkskrant uit de brievenbus te gaan halen. Nou, dan weet je wel hoe laat het is. Ik had meteen nóg meer de pest aan die duiven. Cabaretier Theo Maassen heeft het raak verwoord: "Duiven kunnen vliegen! Ze zijn in tien minuten in het bos. Maar nee, ze zitten op het afdakje van automatiek de Bus in Eindhoven!"

Nu is Maassen geen cabaretier naar mijn hart; hij is soms te vrouwonvriendelijk. Maar ik ben het met hem eens waar het duiven betreft. Duiven zijn een soort vliegende ratten. Ratten kunnen gelukkig niet vliegen, maar duiven wel. Die overgedomesticeerde vogelpoepfabrieken gaan altijd op een tak boven mijn auto zitten. Geef mij maar merels; die kunnen tenminste mooi zingen. Noach gooide niet voor niets een duif uit de Ark. Hij was dat gekoer spuugzat. En dan komt dat stomme beest ook nog eens terug met een palmtak waar je niets mee kunt.
Maar eerlijk is eerlijk: in de Eerste Wereldoorlog speelden duiven een heldenrol. Ze brachten berichten van en naar het front en hadden letterlijk schijt aan de Duitse loopgraven waar ze overheen vlogen. Een gewonde duif die stervend een bericht bezorgde bij het hoofdkwartier van het Franse leger kreeg zelfs postuum het Légion d'Honneur.

Rinus Verweij

Reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox