Foto: Foto:
Mijn leven als IJsselsteinse jongere

Prachtig Zwitserland

Op dit moment, op zondag 12 augustus, bevind ik mij op de Duitse Autobahn. Op de weg terug van twee heerlijke weken vakantie in Zwitserland. Wat een mooi land is dat, met kolossale bergen en een overvloed aan prachtige meren en dieren. Met veertien dagen alleen maar zon hebben wij, ik en mijn ouders, ons kostelijk vermaakt. Heel veel wandelen en vooral klimmen, tegen steile rotswanden aan, met de brandende zon op je kop. Wat trouwens echt belachelijk was, waren de torenhoge prijzen. Voor omgerekend drie euro één brood. En een zak chips was rond de vijf euro, niet te filmen. En als je in de stad een menukaart bekeek, schrok je je een verschrikkelijk ongeluk. Kleine maaltijden en salades voor rond de veertig euro. Dat werd in het huisje eten.
Maar we hebben van alles gedaan. Geklommen naar een gigantisch stuwmeer, gewandeld over levensgevaarlijke hangbruggen, mooie steden bezocht, het meer van Genève gezien en met een liftje de berg op. Het was bij dat meer, in Montreux, fenomenaal. Onze eerste stop was bij een mooi kasteel, maar toen we aan kwamen rijden zagen we zo zeven grote dubbeldekkers staan. En eenmaal voor de slotgracht, zagen we de inhoud van die bussen zich langzaam voortbewegen, een enorme kolonie Chinezen, inclusief selfiestick. Eenmaal in de echte stad viel het allemaal reuze mee. Dat kasteel bleek gewoon een enorme toeristische trekpleister. Konden wij het weten. De stad was ontzettend mooi, inclusief palmbomen en prachtige gebouwen. Het was trouwens al een avontuur op zich om bij ons huisje zelf te komen. We zaten op 1300 meter hoogte, met een werelds uitzicht, maar hiervoor moest je wel een aantal haarspeldbochten trotseren. Je raakt eraan gewend, maar toen we aankwamen hing er een huiveringwekkend dichte mist in de bergen. Het zicht was één meter! Maar we kwamen er toch en hadden een heerlijke tijd. Ik zou zo weer gaan.

Bram Wijnholt

Meer berichten