Foto: Foto:
De IJsselsteinse Column

Plensbui

Vorige week genoot ik van de aanblik van een natgeregende Benschopperstraat. Dat mocht wel in de krant na zo veel weken van onafgebroken droogte. Terwijl ik vanaf een droge terrasplaats voorbijgangers met haastig aangeschafte paraplu's door de plassen zag waden, en terrasstoelen in bidetjes zag veranderen viel mijn oog weer op de tientallen felgekleurde hangende paraplu's die sinds het begin van de zomer ons straatbeeld opfleuren.


Door de welkome regen in een baldadige stemming geraakt kreeg ik visioenen van de hilarische taferelen die zich tijdens de plensbui in de Benschopperstraat zouden hebben afgespeeld als de paraplu's ondersteboven zouden zijn opgehangen. Ze zouden vele liters water hebben verzameld totdat de zwaartekracht zijn onverbiddelijke werk zou hebben gedaan. Het gewicht van de watermassa –een "volle" paraplu is al gauw goed voor 20 liter- zou de paraplu hebben doen omklappen, en de argeloze voorbijganger die de pech had eronder te lopen zou door een plotseling stortbad zijn overvallen als in een slapstick film. Maar gelukkig hingen de paraplu's met de bovenkant naar boven, want ze zijn bedoeld om de bezoeker op te vrolijken, en niet om hem het kletsnatte slachtoffer te laten worden van een boobytrap. Het idee voor deze kleurrijke straatversiering is overgewaaid uit Zuid-Europa, al toegepast in meer Nederlandse steden, zoals Groningen, Dordrecht en Amersfoort en past ook heel goed in het streven om ons eigen stadje nóg aantrekkelijker te maken voor bezoekers. Die versterkte marktgerichtheid heeft al geresulteerd in pakkende slogans als: "I sell stein" en de liefkozende aanduiding "Eicel-stein" die de vertederende kleinschaligheid van ons stadje benadrukt. Nu nog een selfie hotspot.

Rinus Verweij

Meer berichten