Rienk Sijbrandij, Hans Ellenbroek en molenaar Maarten Dolman zijn blij met de gevonden ouderdomsbewijzen. (Foto: Lysette Verwegen)
Rienk Sijbrandij, Hans Ellenbroek en molenaar Maarten Dolman zijn blij met de gevonden ouderdomsbewijzen. (Foto: Lysette Verwegen) (Foto: )

Molen De Windotter blijkt honderd jaar ouder

Tot enkele weken geleden begon de geschiedenis van molen De Windotter bij de bouw in 1732. Maar er wordt al langer getwijfeld aan die geschiedenis, omdat op prenten van voor die tijd houten voorgangers van de molen te zien zijn, waarvan de bouwjaren 1636 en omstreeks 1639 worden genoemd. Schriftelijke bewijzen werden echter nooit gevonden. Tot enkele weken geleden.

IJSSELSTEIN – Maarten Dolman heeft het altijd al gedacht: "De kepen in bepaalde balken geven aan dat de balken hergebruikt zijn bij de bouw van de Windotter. En een van de balken heeft een sleufgat, waar ooit een andere balk heeft ingezeten." En dan is er nog een steen in de muur bij de molen met 1636 erin gekerfd; een inventarisatie van de molen op last van de Duitse bezetter uit 1940 waarin ook het jaar 1639 wordt genoemd en een opmerking uit het verleden, van Johan Versluis als laatste bewoner van de molen, dat de molen uit 1636 dateert. "Veel vragen, geen concrete bewijzen, maar wel spanning; want de molen zou zomaar honderd jaar ouder kunnen zijn", vertelt Rienk Sijbrandij, voorzitter van het molenbestuur. Er werd besloten geld vrij te maken om dendrologisch onderzoek in Duitsland te laten verrichten. Daarvoor werden op aanwijzing van molenaar Maarten Dolman monsters genomen uit drie balken en begon het wachten.

"Dendrochronologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het dateren van houten delen aan de hand van herkenbare groeiringen, waarbij de patronen microscopisch worden onderzocht op jaarringbreedtes. Deze worden vergeleken met onderzoeksresultaten van boommonsters die uit hetzelfde gebied afkomstig zijn", legt historieschrijver Hans Ellenbroek uit. Twee monsters van grenenhouten balken bleken niet te dateren. Maar het derde monster wel: "Een eikenhouten balk uit een boom, die in de winter van 1637/1638 in Nederland moet zijn gekapt", vertelt Ellenbroek die op verzoek van het molenbestuur een nieuwe zoektocht in de archieven van de stad en de baronie IJsselstein startte. En met succes! "Het hout kon immers niet uit het kasteel komen, want dat stond er nog."
Ellenbroek vond de jaarrekening over 1639 van rentmeester Jan Dimmer. Het kostte hem uren vertalen van oude teksten in zwierig handschrift. "Met goedkeuring van prins Frederik Hendrik was een aanbesteding gedaan op het stadhuis: '…publijckls ten overstaen van gerechte aldaer aenbesteet het maecken van eennen nieuwen windtcoorenmolen tot Isselsteijn voor den somme van twee dusent negen hondert gulden...'

Het zou dus heel goed kunnen dat de molen begin 1639 is afgebrand, waarbij ook de naastgelegen rosmolen – aangedreven door paarden – schade heeft opgelopen." Aan maanden spanning is een einde gekomen. "Hans heeft het papieren bewijs geleverd van wat we al langer dachten: de geschiedenis van de Windotter honderd jaar ouder is", aldus Dolman, die ook zelf bezeten is van de molengeschiedenis.

Meer berichten

Shopbox