De IJsselsteinse Column

IJsselstein is géén dorp!

IJsselsteiners kunnen veel hebben, maar noem IJsselstein geen 'leuk dorp'! Elke rechtgeaarde IJsselsteiner zal verontwaardigd tegenwerpen dat IJsselstein een stad is.

Hij zal hooguit het verkleinwoord 'stadje' gebruiken. Voor alle duidelijkheid: het verschil tussen stad en dorp is een historisch begrip, ongeacht omvang en bevolkingsaantal. Ruim tien eeuwen geleden werden steeds grotere delen van wat we nu Nederland noemen ontgonnen. Landbouw, handel en bevolking groeiden, en daarmee de behoefte aan beveiliging en bestuur.

Een 'volwassen' geworden nederzetting

De landsheer (Graaf, Hertog of Bisschop) besteedde die taken uit aan machtige mannen die over soldaten konden beschikken. Nu zouden we hen wellicht bendeleiders noemen, maar toen waren het 'leenmannen' : ridders, baronnen, kortom: 'heren'. Ze gedroegen zich niet altijd zo, maar dat terzijde. Zo'n heer liet op een strategische plek een stenen huis bouwen waarin hij veilig was, en van waaruit hij macht kon uitoefenen. Bij dat stenen huis (later 'kasteel') bestond soms al een nederzetting, en anders werd die alsnog gesticht. De heer en de bewoners van de nederzetting hadden elkaar nodig. Zo ontstond een gelijkwaardig partnerschap, wat de heer soms bevestigde door de nederzetting 'stadsrechten' te verlenen. Bij stadsrechten kun je denken aan opgroeiende kinderen; die krijgen in de aanloop naar volwassenheid meestal de beschikking over een eigen kamer, die ze kunnen afsluiten om ongestoord huiswerk te maken of zich om te kleden. Zo gaf een heer aan de 'volwassen' geworden nederzetting onder meer het recht om zichzelf met een stadsmuur te verdedigen en met afsluitbare poorten te kunnen bepalen wie naar binnen mocht. De nederzetting mocht zich voortaan 'stad' noemen. IJsselstein kreeg stadsrechten in 1310.

Rinus Verweij

Meer berichten