Foto: Foto:

Voorzienigheid?

In tegenstelling tot collega-columnist Bram ga ik voorlopig door met het schrijven van columns voor Zenderstreeknieuws. Ik zie dat namelijk – in alle bescheidenheid- als een door de voorzienigheid opgedragen missie. Toeval bestaat niet; het heeft zo moeten zijn.

Dat ik – alweer dertig jaar geleden! - in IJsselstein verzeild raakte was het directe gevolg van een loopbaan-wisseling van mijn toenmalige echtgenote. Haar had ik nooit ontmoet als ik tijdens mijn studententijd in 1976 geen gehoor had gegeven aan mijn intuïtie door van studentenvereniging te wisselen.

Ik raakte in IJsselstein verzeild

Twee jaar daarvoor had ik al een – even cruciaal? - keuzemoment op een camping in Renesse tijdens een fietsvakantie met een eveneens 19-jarige vriend. Met een zware etappe voor de boeg vastbesloten om vroeg te gaan slapen waren we juist in onze tent gekropen toen twee meisjes kwamen vragen of we mee gingen stappen. Na enige aarzeling zeiden we nee, sukkels die we toen waren. Die meisjes zullen wel gedacht hebben: twee jongens samen in een tentje in een uithoek van de camping, niet geïnteresseerd in meisjes... dat gaat niet meer goed komen. Ze moesten eens weten, maar goed: ik vraag me nog vaak af hoe mijn leven was verlopen als ik toen een andere keuze had gemaakt. Misschien was ik nu dan al ruim veertig jaar gelukkig getrouwd geweest met één van die meisjes, en had ik in een heel andere plaats gewoond. Het liep allemaal anders, met als gevolg dat ik nu een hecht verankerde IJsselsteiner ben, en u wekelijks van mijn IJsselsteinse column kunt genieten. Met dank aan de voorzienigheid, hoewel... Overigens wil ik spijt betuigen aan Joska Tóth, wiens naam ik vorige week verkeerd spelde. Gelukkig heeft niemand het gemerkt.

Rinus Verweij

Meer berichten