Foto:
De IJsselsteinse Column

De molen geeft hoop

In 1812 beschoten de Britten een Amerikaans fort bij Baltimore. De vlag op het fort die te midden van explosies fier bleef wapperen, inspireerde de makers van het Amerikaanse volkslied en wordt nog altijd bewaard in Washington. 

Het volkslied bezingt de trots die je voelt als je in hevig krijgsgewoel een geliefd nationaal symbool fier overeind ziet blijven. Een vergelijkbaar gevoel bekruipt mij als ik onder de huidige zorglijke omstandigheden van veraf de wieken van onze IJsselsteinse korenmolen De Windotter onverstoorbaar zie draaien.

Onverstoorbaar draaien de wieken ook nu door

Ik bewonder die onverstoorbaarheid. Ik denk aan een inwoner van Londen, die in 1940 na een Duits bombardement met de kenmerkende Britse onverstoorbaarheid de straat voor zijn zwaar getroffen huis aanveegde met de woorden: “Blimey, what’s keepin’ that bloody milkman?” (Gotsamme, waar blijft die verrekte melkboer?). In Zoetermeer staat een korenmolen die De Hoop heet. Die naam zou nu goed passen bij onze Windotter. Hoewel de molen momenteel voor bezoek gesloten is kon ik het niet laten om molenaar Maarten Dolman een bloemetje te gaan brengen als blijk van waardering voor zijn demonstratie van IJsselsteinse onverstoorbaarheid. Hij vertelde mij waar de uitdrukking ‘voor de prins draaien’ vandaan komt. Dit betekent dat een molen draait zonder dat er meel wordt gemalen; puur voor de show dus. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog deed men dit met de korenmolens op de wallen van steden die door de Spanjaarden werden belegerd. Een uitdagend én hoopgevend gebaar, waarmee tegenover de vijand de indruk werd gewekt dat er nog altijd voldoende voedsel in de stad aanwezig was. Prachtig, windmolens als (milieu)vriendelijk wapen in de strijd! Toch hoop ik dat Maarten nooit voor de prins zal gaan draaien.

Rinus Verweij

Meer berichten