Foto:
De IJsselsteinse Column

De Overtoom

De naam Overtoom roept nu meer dan ooit nostalgische herinneringen bij mij op. 

Een van mijn eerste kinderliedjes bezong 60 jaar geleden de geneugten van ‘schuitje varen, biertje (of theetje?) drinken, varen we naar de Overtoom’. De goede oude tijd... Het liedje zou het lijflied kunnen zijn van het uit de Marnemoende-as herrezen Yselvaert, één van de IJsselsteinse attracties die momenteel ook door de lockdown is getroffen.

Het museum is dicht, Sprokkelhorst gaat in de nieuwe opzet ook al niet door en in de winkelstraten in de binnenstad kun je bijna elke dag een kanon afschieten.

Toch lijkt de coronamisère zich aan onze Overtoom het sterkst te manifesteren. Afgelopen vrijdag liep ik daar een beetje verloren rond tussen het sterk ingekrompen en met tape afgebakende restant van de gezellige markt, die volgens mij vóór het coronavirus alleen tijdens de Duitse bezetting uit de Benschopper- en Utrechtsestraat is verdreven. En dat precies 75 jaar na de bevrijding... Verder wordt de Overtoom al ruim twintig jaar beheerst door het, nu gesloten, Fulcotheater. Ik ben niet blij met de architectuur, maar zodra je er binnenliep werd je omarmd door cultuur en gezelligheid. Zoals bekend bevond dit oer-IJsselsteinse instituut zich al ruim voor de coronacrisis in bestuurlijk zwaar weer met aanvaringen tussen de gemeente en het stichtingbestuur. En dan nu ook nog die rampzalige lockdown, met alle gevolgen voor horecaomzet en kaartverkoop.

Maar ik laat me niet meeslepen door sombere gedachten. De geschiedenis bewijst dat IJsselstein in 710 jaren veel grotere rampen heeft overwonnen. Het stemt mij dan ook hoopvol dat maar liefst drie oud-wethouders, elk met ruime ervaring in zwaar weer, zich met het Fulco gaan bemoeien.

Ik wens ze veel succes!

Rinus Verweij

Meer berichten