Foto:
De IJsselsteinse Column

Hondenbelasting

Zetelrovers, of liever gezegd partijverlaters, zijn niet zeldzaam in de politiek. Churchill was er ooit ook een. Sommige politieke partijen, zoals die Fora voor de Vrijheid en de Toekomst, danken er hun bestaan aan. En waarom ook niet? Dwarsliggers geven soms kleur aan de politiek en mensen zijn hopelijk verstandig genoeg om niet op de Ottens en Van Haga’s te stemmen. In de IJsselsteinse gemeenteraad ontstond onlangs tumult toen twee uitgetreden LDIJ-ers hun ex-partijgenoten, en daarmee de coalitie, een hondenoor aannaaiden door tegen de afschaffing van de hondenbelasting te stemmen.

De coalitie werd een hondenoor aangenaaid

Ik zit daar niet zo mee; er zijn wel betere redenen voor tumult. Maar misschien heb ik te vaak in hondendrollen getrapt om fel tegen hondenbelasting te zijn. Ik heb geen hekel aan honden hoor, integendeel. Ik hou zelfs zó veel van honden dat ik ze een betere baas gun dan mijzelf. Honden zijn aandachtjunks en worden ongelukkig als ze onvoldoende aandacht krijgen. Een vriendin van mij koestert haar hondje. In haar nabijheid moet ik haar aandacht voortdurend met Fikkie delen. Soms wendt ze zich van mij af en roept luidkeels: “Fikkie! Wat heeft het vrouwtje nou gezegd?” Een zinloze vraag, waarop Fikkie uiteraard het antwoord schuldig blijft. Ik moet dan meteen terugdenken aan mijn column ‘Foei!’ van twee jaar geleden. Misschien kan Fikkie zich wel herinneren dat het vrouwtje iets gezegd heeft, maar hij is niet in staat om dat woordelijk te herhalen. Hij beperkt zich tot gehijg en gejank, en ik kan mij nauwelijks voorstellen dat het vrouwtje dié geluiden heeft voortgebracht. In mijn bijzijn heeft ze dat althans nog nooit gedaan. Maar wie weet: wat niet is kan nog komen. Vriendschappen kunnen zich grillig ontwikkelen. Net als de hondenbelasting.

Rinus Verweij

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden