Foto:

Getemd versus ongetemd

In een oud boek kwam ik de beschrijving van de korenbloem tegen: ‘Benaming van eene in het wild tusschen het koren groeiende blauwe bloem’. Tussen de wilde bloemen op de akkers valt de hemelsblauwe bloem - de korenbloem - direct op. In de bloemrijke taal is het rode zusje van de korenbloem inmiddels uitgewist. In vroeger tijden beschreef men twee helder gekleurde korenbloemen tussen al het andere onkruid; de ene ‘gewoonlijk blauwe cornbloeme geheeten’ en ‘de rode cornbloeme of papaver’. De negentiende-eeuwse schrijver Nicolaas Beets bezong de bloem in een kort gedicht met als titel ‘Bevallig onkruid’.

De korenbloem is getemd tot een handzaam formaat

De verscheidenheid wilde bloemen is in de loop der jaren uitgewist. Als gevolg van de intensieve akkerbouw en bestrijdingsmiddelen is de blauwe korenbloem in de vrije natuur helaas zeldzaam geworden. Op de rode lijst van bedreigde planten staat de wilde korenbloem ingeklemd tussen kogelbies en krabbenscheer. Er groeien wél veel kleuren korenbloemen uit een pakje zaden. Maar wat is er nog blauw aan een korenbloem? Ze zijn er in de tinten blauw, rood, lavendel, zwart, roze en wit. De gecultiveerde compacte varianten doen het goed in bloembakken en potten, maar dan zonder de lange dunne stengel van de wilde korenbloem, die zich een weg omhoog baande om boven het graan uit te komen. De korenbloem is getemd tot een handzaam formaat. Akkervelden vol koren en bevallig onkruid zijn uit het zicht verdwenen. In de tentoonstelling Ongetemd -Toekomstbeelden van mens en natuur, onderzoekt Museum IJsselstein (MIJ) tot eind augustus de vraag ‘Laat de natuur zich temmen?’ Wie het weet mag het zeggen.


Agnes Jonker
KlimaatneutraalIJsselstein.nl


Meer berichten