Windmolens


Foto:

Windmolens

  Nieuwsflits

Velen kennen mijn alter ego ridder Roderick, de fictieve steun en toeverlaat van de middeleeuwse IJsselsteinse heldin vrouwe Bertha. Er is nóg een fictieve ridder waarmee ik mij verwant voel: Don Quichot, geesteskind van de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes (1547-1616).

 Wereldberoemd is het verhaal waarin Don Quichot, gewapend met een lans, op zijn broodmagere paard Rosinante in volle galop de aanval opent op windmolens die hij voor kwaadaardige reuzen aanziet. Met deze tot mislukken gedoemde heldendaad hoopt Don Quichot eer te bewijzen aan zijn onbereikbare kuise geliefde Dulcinea; een jongedame die in werkelijkheid een dik belegde boterham verdient met een goed lopende praktijk als prostituee. Maar dat terzijde.

Met een lans begin je niet veel tegen een windturbine

Het resultaat van deze roekeloze aanval is voorspelbaar, en leeft voort in de uitdrukking ‘Hij heeft een klap van de molen gekregen’. Uiteraard betreft het hier een voorbeeld van verdwazing, ter lering en vermaak. Ik ben echter geneigd om dit klassieke verhaal op de huidige tijd te projecteren, met de nadrukkelijke kanttekening dat ik tegenwoordig vooral verdwazing waarneem bij vóórvechters van windmolens, die ik zelf ook het liefst zou bestrijden; zij het liever verbaal dan fysiek. Met een lans begin je niet veel tegen een 120 meter hoge windturbine. Ik heb al eerder mijn afkeer geuit van deze torenhoge horizonvervuilende luidruchtige vogelmoordenaars. De tijdloze schoonheid van onze Noordzeekust, het duizend jaar oude Groene Hart; zelfs plaatsen die door projectontwikkelaars (voorlopig) nog ongemoeid werden gelaten zijn niet meer veilig voor de molenverdwazing die ons wordt opgedrongen door ambtenaren en bestuurders die hun oren laten hangen naar de milieulobby en de Brusselse regentenelite. Hierover volgende week meer.

de ijsselsteinse column | rinus verweij

Meer berichten