Foto:

Excuses

  Nieuwsflits

De IJsselsteinse column | rinus verweij

Soms mis ik de simpele jaren ’70 en ’80. Het blanke bewind in Zuid-Afrika beefde toen van ontzag voor de Nederlandse antiapartheidsbeweging. De boeman in het Witte Huis was Richard Nixon en later Ronald Reagan; een aimabele vaderfiguur vergeleken met die straatvechter Trump. Het was de glorietijd van Nieuw Links met het kabinet Den Uyl als hoogtepunt. Premier Joop den Uyl zei vaak: ‘U moet twee dingen goed begrijpen’.

Ik laat racisme en slavernij voorlopig even rusten

Ik zeg dat hier nu ook: 1) Ik verwerp racisme én alles wat dat aanwakkert – inclusief de Black lives-polarisatie. 2) Ik respecteer Femke Halsema; haar optreden in het ‘Dam-debat’ vond ik zelfs indrukwekkend. Als ze was afgetreden had ze van mij wethouder in IJsselstein mogen worden. En ze heeft een vooruitziende blik; al maanden voor de recente uitbraak van ‘Black Lives’ heeft ze de benoeming van een commissie goedgekeurd die het Amsterdamse slavernijverleden onderzoekt.
Misschien moeten we zo’n onderzoek ook in IJsselstein gaan doen, met officiële excuses als einddoel. Ik betwijfel sterk of er vanaf de IJsselkade VOC-schepen zijn uitgevaren om de koloniën met slaven te bevoorraden, maar het is niet uitgesloten dat er in het verre verleden IJsselsteinse jongemannen door armoede naar havensteden zijn gedreven en op slavenschepen hebben aangemonsterd. Zelf stam ik uit een familie van honkvaste Reeuwijkse turfstekers die zonder hulp van slaven in de bagger ploeterden, dus ik was mijn handen in onschuld. Hoewel, volgens sommigen zijn mensen die onschuld belijden juist de ergste racisten. Daarom laat ik racisme en slavernij voorlopig even rusten, want mijn vriendenkring slinkt door mijn recente columns sneller dan door coronabesmetting.

Meer berichten